Discussie over incassopraktijken leidt tot nieuwe wetgeving.

Agressieve werkwijze, niet bestaande vorderingen en ongeoorloofde uitoefening van druk. Dat zijn drie van de belangrijkste redenen voor de ACM om incassobureaus aan te pakken. In maart van 2019 heeft de ACM deurwaarderskantoor Hendriks op de vingers getikt. Dit deurwaarderskantoor drong op een agressieve manier bij consumenten op betaling aan, onder meer door zeer korte betaaltermijnen te stellen. Daarnaast gaf dit deurwaarderskantoor een onjuiste voorstelling van zaken met betrekking tot de gevolgen van niet betalen. Er werd aangegeven dat de gerechtelijke kosten voor rekening van de consument zouden komen. Dit is niet altijd het geval, immers als een vordering niet bestaat dan klopt dat zeker niet.

Daarmee wordt een norm overschreden. De vraag is vervolgens wel wat de norm dient te zijn. Die norm kan lastig zijn om te bepalen wat als standaard dient te worden ingevoerd. Het invoeren van een nieuwe norm voor incassobureaus komt niet uit de lucht vallen. Er is al jarenlang sprake van oneerlijke praktijken bij incassobureaus. Veel gehoorde klachten zijn, de inmiddels zeer bekende, rekening die niet blijkt te bestaan. Daarnaast worden consumenten geïntimideerd, bijvoorbeeld door thuisbezoeken van medewerkers van het incassobureau. Derde grote angel blijkt ook het dreigen met hoge (gerechtelijke) kosten te zijn.

Gedragscode

Tijd voor iets nieuws. De Tweede Kamer heeft nu een wetsvoorstel opgesteld waar deze drie punten in ieder geval terug komen. Het is wel de vraag of het nu wel zo nieuw is wat de Tweede Kamer voorstelt. Behoorlijk veel punten staan namelijk al in de gedragscode waar deze één op één uit worden overgenomen. Deze gedragscode is afkomstig van de NVI (Nederlandse Vereniging voor gecertificeerde Incasso-ondernemingen). Dat deze vereniging én gedragscode niet zo heel populair zijn, blijkt uit het feit dat er maar 26 leden zijn aangesloten. Dat ter vergelijking met 594 incassobedrijven die niet zijn aangesloten bij de NVI. Dat roept toch wel vragen op waarom die regeling niet populair is of waarom de overige bedrijven niet bij de NVI zijn aangesloten. Wellicht om de doodeenvoudige reden dat de NVI en de gedragscode gewoonweg niet zo heel veel toevoegt.

Het is dan ook jammer dat er in het wetsvoorstel niet wordt ingegaan op de reden waarom zoveel incassobedrijven niet bij de regeling zijn aangesloten. Nog vervelender is dat de reden niet onderzocht is door de Tweede Kamer. Bij het maken van nieuwe wetgeving is dát de uitgelezen kans om onderzoek te doen naar alle mogelijke (bij)effecten van die nieuwe wetgeving. Natuurlijk moet er wel iets gebeuren met het huidige stelsel, er komen immers veel klachten binnen; er moet iets aan de hand zijn. Wat er precies aan de hand is blijft een beetje in het midden. Is de andere zijde van de medaille bijvoorbeeld wel belicht? Waarom worden incassobedrijven soms gedwongen om bepaalde handelingen te verrichten die zij zelf waarschijnlijk ook niet op die wijze willen uitvoeren. Met andere worden; is het nieuwe voorstel wel objectief opgesteld?

Reactie incassobureaus

Het antwoord daarop moet ik ook schuldig blijven. Dergelijke vragen dienen door professionele onderzoekers te worden beantwoord. Wel kan alvast bekeken worden wat de reactie van de incassobureaus is op de opgelegde boetes door de ACM, het wetsvoorstel van de Tweede Kamer en de maatschappelijke onrust. In veel gevallen zorgt zelfregulering voor de oplossing, in plaats van dwangmatig opgelegde wetten die door boetes moeten worden gehandhaafd. Zelfregulering kan wel alleen zijn nut hebben als de gehele branche bereid is zijn medewerking te verlenen. Het heeft namelijk geen enkele zin als bepaalde spelers menen zich als cowboys te mogen gedragen. Nieuwkomer Eerlijk Incasseren werpt zich op in deze strijd door op basis van een eerlijke werkwijze te incasseren.

Nieuwkomer Eerlijk incasseren

Eerlijk incasseren geeft aan zich nu alvast te houden aan de regels in het nieuwe wetsvoorstel. Niet omdat dit binnen een aantal jaar, en wellicht na een aantal aanpassingen, een feit zal zijn maar vanwege de achterliggende reden. Die reden is dat mensen gewoon op een eerlijke wijze benaderd dienen te worden. Dat betekent ten eerste dat een vordering moet bestaan, ten tweede dat iemand de mogelijkheid moet krijgen om een betalingsregeling te treffen en ten derde zich niet bedreigd moet voelen door hoge gerechtelijke kosten in het vooruitzicht. Bij nieuwkomer Eerlijk Incasseren mogen alleen bedrijven een vordering indienen als zij ook de intentie hebben om te dagvaarden. Die garantie moet vooraf worden gegeven. De reden voor die garantie is dat de vordering ook echt bestaat, anders worden de incassokosten bij dat bedrijf zelf in rekening gebracht. Eerlijk is eerlijk ten slotte.

De oprichter van Eerlijk Incasseren laat desgevraagd weten niet huiverig te zijn dat bedrijven niet kiezen voor Eerlijk Incasseren. Sterker nog, men wilt niet eens dat elk bedrijf een vordering kan aanbrengen bij hun incassokantoor. Er wordt door het incassokantoor zelf beoordeeld of de vordering wel bestaat. Dat houdt vanzelfsprekend in dat er alleen ruimte is voor serieuze bedrijven (of personen) die echt over een vordering beschikken waarvan men vindt dat het de moeite waard is om die aan een gerechtelijk oordeel te onderwerpen. Eerlijk Incasseren mag vervolgens worden vermeld op de website van die opdrachtgever waardoor ook de consument gewaarborgd is dat de afhandeling op een eerlijke wijze plaatsvindt.

Auteur:

Mw. L. de Kok

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *